Categorie archieven: Geen categorie

Vacature communicatieadviseur

Dr2 SOM is opzoek naar jou!

Werken in de dynamische wereld van strategisch omgevingsmanagement? Al ver voordat iedereen kennis kan nemen van een groot project in de energietransitie of een project met impact in de leefomgeving van mensen een plan maken hoe de omgeving betrokken kan worden? Duidelijk je mening geven over de manier waarop je kunt zorgen dat projecten met draagvlak verder worden gebracht? Niet terugdeinzen voor een kritisch gesprek over verschillende belangen? Dan ben je bij Dr2 SOM aan het goede adres!

Wij zijn een snelgroeiend adviesbureau dat werkt aan veel verschillende projecten die impact hebben op de fysieke leefomgeving. Denk bijvoorbeeld aan het grootste groene waterstofproject van noordwest Europa, NortH2. Dr2 SOM is onderdeel van het Dr2 Netwerk met kantoren over de hele wereld. Dit netwerk bestaat uit meerdere adviesbureaus die gericht zijn op de politiek en maatschappij. Hierdoor is er een team van ruim vijftig enthousiaste collega’s die regelmatig leuke activiteiten organiseren.

Ben jij die beginnende young professional op het gebied van strategisch omgevingsmanagement en wil je de kennis die je hebt opgedaan in je studie of eerste baan delen met grote organisaties, bedrijven, of overheden die bezig zijn met de belangrijke transities op het gebied van energie, de leefomgeving of het uitleggen van nieuw beleid? Of werk je al langer in de wereld van omgevingsmanagement en kijk je uit naar een nieuwe uitdaging en wil je een snelgroeiend bedrijf helpen met jouw kennis en ervaring? Stuur ons dan je cv met een korte motivatiebrief. Gesprek verzekerd en dat doen we natuurlijk onder het genot van een goede lunch.

Dus beschik jij over een afgeronde HBO / WO opleiding, organisatorisch vermogen, een sterke politieke en maatschappelijke antenne en heb je affiniteit met stakeholder management? Pak dan je laptop en schrijf ons (info@dr2.nl). Liever bellen? Neem dan contact op met René de Heer +31 6 21 64 47 25.

 

Dr2 SOM breidt uit: René de Heer nieuwe partner Dr2 SOM

Met steeds meer klanten en de ambitie om de portefeuille van Dr2 SOM uit te breiden in de richting van overheidsorganisaties is het tijd om het team uit te breiden. In juni treedt voormalig wethouder van de gemeente Zwolle, René de Heer, toe als partner en mededirecteur van Dr2 SOM.

Als wethouder was René onder andere verantwoordelijk voor het vormgeven van de regionaal economische agenda van de regio Zwolle. Hij sloot rondom die agenda een succesvolle regiodeal met het rijk. Daarnaast gaf hij vorm een vernieuwende arbeidsmarktagenda, beter bekend als de Human Capital Aanpak. Deze aanpak gaat uit van de opgave om alle inwoners perspectief op werk te laten houden door in te zeten op een wendbare en weerbare beroepsbevolking met de inzet van een Leven Lang Ontwikkelen. Die opgave is er een van alle partners, maar helaas is het beleid op veel gebieden versnipperd en daarmee weinig effectief. De HCA-aanpak in de regio Zwolle is inmiddels voorbeeld van de manier waarop de verschillende ministeries, sociale partners en andere betrokken organisaties de arbeidsmarkt willen inrichten. Bovendien heeft René een aantal ruimtelijk ontwikkelingen met succes afgerond en een nieuwe visie op het stadshart van Zwolle voorgelegd aan de gemeenteraad. Met name de grote mate van participatie was voor de gemeenteraad aanleiding om de visie met algehele stem te aanvaarden.

‘Met René versterken we onze kennispositie op het gebied van besluitvormings-, participatie-, en samenwerkingsprocessen bij de overheid. Deze kennis en ervaring is van enorme toegevoegde waarde voor het creëren van draagvlak voor onze projecten in onder andere de energietransitie’, aldus directeur en oprichter Isabelle van Rossum.

René de Heer: ‘Dr2 SOM is een bedrijf met een echt vernieuwende ideeën over de manier waarop grote en kleine projecten of beleidsontwikkelingen met veel meer draagvlak en begrip kunnen worden uitgevoerd of ingevoerd. Het is prachtig om daar mee te mogen samenwerken en met de combinatie van onze beider kennis en ervaring bedrijven, organisaties en overheden te helpen in het verder brengen van plannen met echt draagvlak’.

René de heer is 51 en woont in Zwolle. Hij was de afgelopen 12 jaar wethouder in de gemeente Zwolle. Daarvoor was hij directeur strategie en communicatie van een communicatie en ontwerpbureau in Enschede.

Drie tips voor eerlijke beloftes aan de zwijgende meerderheid

Afgelopen woensdag deelde Jan Jacob van Dijk, voorzitter van energiecoöperatie Betuwewind en voorzitter van het Uitvoeringsoverleg Elektriciteit van het Klimaatakkoord, zijn visie over het creëren van draagvlak voor energieprojecten. Waarom is de zwijgende meerderheid belangrijk? Wat gebeurt er als je afspraken niet nakomt? En hoe ga je om met felle tegenstanders? In deze blog delen wij zijn inzichten.

Verplaats je in de zwijgende meerderheid

Eén van de uitdagingen van een omgevingsmanager is om de ‘zwijgende meerderheid’ te betrekken bij het project. Dit zijn mensen die zich niet uitspreken over het project, omdat zij niet geïnteresseerd zijn of andere prioriteiten in het dagelijks leven hebben. Zij kunnen echter wel een belangrijke rol spelen in het versterken van draagvlak voor je project. Zij kunnen namelijk het negatieve geluid van felle tegenstanders afzwakken. Jan Jacob adviseert om je te verplaatsen in de beweegredenen van deze personen. Als je deze namelijk goed in beeld hebt, kan je een plan maken om hen wel te enthousiasmeren en te betrekken bij het project.

Beloof minder, maar doe meer

Tijdens dialogen met stakeholders willen omgevingsmanagers zoveel mogelijk zorgen wegnemen en voldoen aan de wensen. Zij lopen daarbij soms het risico dat er veel beloofd wordt, maar uiteindelijk maar een deel daarvan wordt waargemaakt. Dit zorgt vaak voor frustratie bij de stakeholders die het vertrouwen in je verliezen. Om dit te voorkomen geeft Jan Jacob mee dat het belangrijk is dat beloftes haalbaar en uitvoerbaar zijn. Een stelregel die wij hanteren is “don’t overpromise and underdeliver”.

Geef een eerlijke boodschap

Het belang van de stakeholders is de belangrijkste drijfveer waar hun standpunt op gebaseerd is. In dialogen met stakeholders probeert de omgevingsmanager om de gedeelde belangen te vinden en te vergroten. Daar ligt vaak de sleutel voor draagvlak. Bij elk project is het echter zo dat er altijd tegenstanders zullen blijven waarbij dialoog niet leidt tot oplossingen. In sommige gevallen weegt het algemeen belang zwaarder dan een individueel belang en zal het project ondanks tegenstand toch doorgang vinden. Een voorbeeld is een persoon wiens vrije uitzicht verdwijnt door een woonwijk die wordt gebouwd om het woningtekort op te lossen. Een eerlijke boodschap over de noodzakelijke veranderingen in iemands leefomgeving is dan het beste wat je kunt doen, aldus Jan Jacob.

Heb je hulp nodig bij het in praktijk brengen van deze adviezen om jouw praktijk tot een succes te maken? Neem dan contact met ons op via info@dr2.nl!

Vacature communicatieadviseur

Vacature communicatieadviseur energietransitie

Wij hebben jou nodig! Want onze wereld verandert. De grote opgaven op het gebied van klimaat en energie hebben veel invloed op de leefomgeving van mensen. Wil jij bijdragen aan draagvlak voor de energietransitie? Communicatie- en participatietrajecten succesvol ontwikkelen en uitvoeren? Deel uitmaken van een groeiend bedrijf waar je de vrijheid hebt om je te ontwikkelen en je eigen tijd in te delen? Kom dan per direct werken als communicatieadviseur bij Dr2 Strategisch Omgevingsmanagement (Dr2 SOM)!   

Wat zijn je werkzaamheden?

Als communicatieadviseur werk jij voor verschillende opdrachtgevers aan projecten in de energietransitie. Je richt je op omgevingscommunicatie waarbij je te maken hebt met veel verschillende doelgroepen, van bewoners tot bestuurders en NGOs. Samen met onze senior omgevingsmanager stel je een communicatiestrategie op, die je vervolgens uitwerkt en uitvoert. Je klimt dagelijks in de pen om bijvoorbeeld een storyline uit te werken, een nieuwsbrief of persbericht te schrijven en brieven op te stellen en natuurlijk te adviseren welk middel het beste is om de verschillende doelgroepen te bereiken. Dat doe je bij ons op kantoor, maar vaak ook op detacheringsbasis, waardoor je onderdeel wordt van het projectteam bij de opdrachtgever.

Wie ben jij?

Jij bent een aanpakker die als geen ander weet hoe je communicatievraagstukken aanvliegt. Je bent creatief en hebt een vlotte pen. Open, sociaal, initiatiefrijk en vernieuwend zijn woorden die jou omschrijven.

Daarnaast heb je:

  • HBO/WO werk- en denkniveau;
  • Minimaal 2 jaar ervaring als communicatieadviseur;
  • Uitstekende mondelinge en schriftelijke beheersing van de Nederlandse taal;
  • Een goede beheersing van het Engels is een pré;
  • Affiniteit met de energietransitie is een pré.

Wie zijn wij?

Dr2 SOM helpt overheden, organisaties en bedrijven bij het creëren van draagvlak die impact hebben op de fysieke leefomgeving. Wij werken veel aan projecten in de energietransitie. Denk bijvoorbeeld grootschalige groene waterstofproject NortH2 en de groene energiehub GZI Next. En we gaan onze projectenportefeuille uitbreiden.

We zijn een snelgroeiend bureau; een jaar na oprichting werken we met vijf collega’s aan opdrachtgevers van Dr2 SOM. Je bent daarom onderdeel van een dynamisch team met een open bedrijfscultuur waar veel ruimte is voor eigen initiatief.

Dr2 SOM is onderdeel van het bredere Dr2 netwerk: een netwerk aan politiek en maatschappelijke adviesbureaus met kantoren over de hele wereld en meer dan 20 jaar ervaring. Hierdoor hebben we een team van ruim 50 enthousiaste collega’s. Daarom staan er regelmatig leuke activiteiten en borrels op de agenda.

Daarnaast krijg je bij ons:

  • Na een jaar uitzicht op een vast contract;
  • Een marktconform salaris en bonusregeling;
  • Parttime werken is mogelijk;
  • Een NS-Business card, telefoonvergoeding en laptop;
  • Volop doorgroeimogelijkheden;
  • De mogelijkheid om jouw werkweek flexibel in te delen, inclusief thuiswerken.

Interesse?

Ben jij enthousiast geworden om bij Dr2 SOM aan de slag te gaan? Stuur dan je CV en motivatiebrief naar info@dr2.nl. Wil je meer weten over de functie? Neem dan contact op met oprichter Isabelle van Rossum (i.van.rossum@dr2.nl)

Omgevingsmanagement tijdens verkiezingstijd

Op 16 maart 2022 vinden de gemeenteraadsverkiezingen plaats. In een verkiezingsjaar verandert de politieke dynamiek. Wethouders willen herkozen worden of zwaaien af, besluitvorming komt stil te liggen en nieuwe gemeenteraadsleden en wethouders maken hun entree. Als strategisch omgevingsmanager sta je voor de uitdaging om ervoor te zorgen dat de besluitvorming rondom jouw project zo soepel mogelijk blijft verlopen. Maar hoe pak je dat aan? 

Politieke dynamiek tijdens verkiezingstijd 

In een verkiezingsjaar is de politieke dynamiek anders. Beleids- en besluitvorming komt voor een groot deel stil te liggen. Belangrijke, controversiële en/of ingrijpende besluiten worden, tenzij het echt niet anders kan, niet genomen. Denk bijvoorbeeld aan besluiten over wind op land projecten, de bouw van datacenters of de ontwikkeling van een biogasinstallatie.

Na de verkiezingen wordt een nieuw college gevormd. Gemiddeld duurt een collegevorming 64 dagen. In gemeenten waar geen grote politieke verschuivingen zijn, de onderlinge verhoudingen goed zijn en het bestaande college doorgaat, zal de coalitievorming en besluitvorming over projecten meestal sneller verlopen. Partijen zijn immers gewend om met elkaar samen te werken en hebben al kennis over de lopende dossiers. In gemeenten waar wel grote politieke verschuivingen zijn, ligt dat anders. Hierdoor is collegevorming een intensieve periode en kost het meer tijd.

Als eenmaal de coalitie gevormd is zal, na de presentatie van het college en het collegeprogramma, de nieuwe raad ingewerkt moeten worden. In de nieuwe raad zitten waarschijnlijk meerdere onervaren raadsleden die zich moeten verdiepen in veel verschillende dossiers. Hierdoor zal de besluitvorming in de meeste gemeenten pas weer rond mei of juni op gang komen, wat dicht tegen het zomerreces aanzit. Er is dus een kleine periode waarin er over jouw project weer besluiten genomen zullen worden.

Tips voor omgevingsmanagers 

Voor strategisch omgevingsmanagers hebben wij twee adviezen om ervoor te zorgen dat besluitvorming rondom projecten soepel blijft lopen tijdens deze periode: 

  1. Werk samen met beleidsmedewerkers 
    Beleidsmedewerkers van de gemeente spelen een belangrijke rol. Zij kunnen besluiten voor de verkiezingen zo goed mogelijk voorbereiden, zodat het nieuwe college na de verkiezingen snel een beslissing kunnen nemen. Ook organiseren zij vaak een inwerkprogramma voor nieuwe raadsleden, met de inhoudelijke stand van zaken van de dossiers. Zo zijn nieuwe gemeenteraadsleden goed geïnformeerd over jouw project. Ook hebben beleidsmedewerkers het beste zicht op de politieke en bestuurlijke aandacht voor jouw project. Zij kunnen daarom helpen om de politieke dynamiek rondom verkiezingstijd goed te navigeren.
  2. Bouw een persoonlijke relatie op met (nieuwe) gemeenteraadsleden
    Naast de inhoudelijke overdracht, vindt ook een partijpolitieke overdracht plaats. Een deel hiervan is al vastgelegd in het verkiezingsprogramma. Tegelijkertijd is het bij lokale partijen zo dat de politieke koers voor een groot deel bepaald wordt door persoonlijke opvattingen van politici. Ook laten zij zich veelal informeren door informele contacten. Zij komen immers hun achterban tegen in de lokale sportkantine en op de wekelijkse markt. Bouw daarom persoonlijke relaties op met de nieuwe gemeenteraadsleden en wethouders. Dat doe je niet alleen door in te spreken in de gemeenteraad, maar ook door het organiseren van werkbezoeken, kennismakingsgesprekken en informele ontmoetingen in de gemeente.  

Heb je hulp nodig bij het navigeren van de politieke dynamiek tijdens verkiezingstijd? Neem dan contact met ons op!

Burgerpanel

Burgerpanels: een aanvullend middel

Het kabinet heeft een adviescommissie gevraagd te onderzoeken hoe burgers beter betrokken kunnen raken bij het klimaatbeleid. De commissie onderzoekt in het bijzonder de mogelijkheid van een burgerforum, waarbij een representatieve groep burgers beleid bedenkt of hierover adviseert.

Betrokkenheid van burgers (net als andere stakeholders) is een belangrijke voorwaarde voor het slagen van de energietransitie. Burgerpanels kunnen daarom een bruikbaar aanvullend middel zijn in het klimaatdebat. De effectiviteit van een burgerpanel hangt echter sterk af van hoe ze precies wordt ingericht. De ervaring van Dr2 SOM leert dat vijf overwegingen kunnen bijdragen aan het succes van burgerpanels:

  1. Gebruik burgerpanels in een vroege fase van besluitvorming

Burgerpanels zijn vooral effectief in een vroege fase van besluitvorming. In deze fase kan de input van het panel daadwerkelijk meegenomen kan worden in beleidskeuzes. In Frankrijk heeft president Macron een burgerconventie voor het klimaat ingesteld. Dit is een gezelschap van 150 door loting bij elkaar gebrachte mensen. Zij konden voorstellen doen voor het klimaatbeleid. De vraag die voorlag was breed: hoe kunnen we tot 2030 de uitstoot van broeikasgassen met minstens 40% verminderen op sociaal rechtvaardige wijze?

Het is de vraag of het ophalen van dergelijke input voor Nederlands klimaatbeleid niet al een gepasseerd station is. Het Klimaatakkoord is namelijk in 2019 al gesloten, en de Regionale Energie Strategieën (RES) zijn al in een vergevorderd stadium. Er is daarom veel minder ruimte om nieuwe ideeën en voorstellen nog mee te nemen, zonder het Klimaatakkoord open te breken en de onderhandelingen te heropenen.

  1. Zorg voor een brede vraagstelling

Ook bij klimaatbeleid op lokaal niveau is het van belang dat de vraagstelling breed genoeg blijft. Bij participatietrajecten rondom de Regionale Energie Strategieën hebben wij meermaals gezien hoe weerstand ontstaat doordat mensen de kaders van participatie als te nauw ervaren. Mensen konden meedenken over zon- of windenergie, maar een discussie over kernenergie of waterstof was uitgesloten: dat valt immers buiten de kaders van de RES’en.

Het risico bij een institutionele aanpak van participatie, zoals bij burgerpanels, is dat men denkt vanuit de doelen van de overheid, in plaats van vanuit het perspectief van de burger zelf. Als die niet op elkaar aansluiten zie je vaak dat mensen zich alsnog buiten de formele participatietrajecten om gaan organiseren.

De vraagstelling aan een burgerpanel moet dus breed genoeg zijn, en niet op voorhand al ideeën en voorstellen uitsluiten. Idealiter kunnen bewoners zelf (mee)bepalen over welke vraagstukken een burgerpanel zich buigt.

  1. Maak van tevoren duidelijk wat er met het advies gedaan wordt

Een belangrijke factor in het succes van burgerpanels is duidelijkheid over wat er gedaan wordt met de adviezen. Voor president Macron was dat het volgende: hij zou de voorstellen zonder filter voorleggen aan het parlement, hij zou ze meenemen in concrete beleidsdoelen of de adviezen zouden terugkomen in een referendum. De verhoudingen met het burgerberaad verzuurden desalniettemin toen president Macron toch een groot deel van de beleidsvoorstellen uiteindelijk niet overnam.

Sommigen suggereren dat van tevoren afgesproken kan worden met de gemeenteraad, Provinciale Staten of Tweede Kamer dat zij de voorstellen overnemen. Bij complexe en controversiële onderwerpen zoals het klimaatbeleid is er echter sprake van uiteenlopende waarden, botsende belangen en beperkte middelen. Het is een illusie te denken dat de introductie van een burgerpanel dergelijke vraagstukken depolitiseert. De afweging hiertussen is en blijft intrinsiek politiek, waarvoor de gezagsdragers verantwoordelijk zijn.

Voorkomen moet worden dat de verkozen volksvertegenwoordiging buiten spel wordt gezet door een niet-verkozen burgerberaad. Het advies van het burgerpanel moet vooral als input dienen voor de belangenafweging die volksvertegenwoordigers maken. Net als dat zij de input van andere participerende mensen en organisaties meenemen. De uitdaging is om de input van een burgerpanel serieus te nemen, terwijl volksvertegenwoordigers de adviezen formeel maar ook moreel als uitkomst van een bredere afweging eventueel naast zich neer kunnen leggen.

  1. Behoud een sterke rol van de volksvertegenwoordiging

De gedachte achter het burgerpanel is dat mensen graag betrokken willen worden bij besluitvorming. Uit onze praktijkervaring blijkt inderdaad sommige mensen graag betrokken wil zijn bij besluitvorming, maar dat anderen (vaak een veel grotere groep) zich vooral vertegenwoordigd willen voelen.

Deze laatste groep vormt een groot deel van de ‘zwijgende meerderheid’, die vanwege uiteenlopende redenen zo moeilijk te verleiden is tot deelname aan participatietrajecten. Om ook deze laatste groep te bedienen, moet vooral de positie van de kiezer en de volksvertegenwoordiging versterkt in plaats van verzwakt worden.

  1. Zet andere methodes in voor direct belanghebbenden

De commissie onderzoekt ook de inzet van burgerpanels bij lokale wind- en zonneparken. Een groep inwoners wordt dan bijvoorbeeld gevraagd om te zoeken naar locaties voor windmolens. Uiteindelijk komt het burgerpanel met een voorstel aan de gemeenteraad. Een burgerpanel is een effectief middel om inzichtelijk te maken wat een representatieve groep mensen denkt dat de beste oplossing is.

Desalniettemin is het goed om te beseffen dat inspraak van mensen in de beleidsvormende fase niet per se leidt tot draagvlak tijdens de implementatiefase. Het is namelijk geen garantie dat het voorstel van het burgerpanel op steun rekenen van de direct omwonenden. Een project raakt direct aan hun belangen als veiligheid en een fijne leefomgeving. Zij hebben zorgen over slagschaduw, geluidoverlast, veiligheid en landschapsvervuiling. Die zorgen neemt een aselect burgerpanel, waar zij mogelijk niet in vertegenwoordigd waren, niet weg.

Voor deze groep direct belanghebbenden zijn andere vormen van participatie nodig. Hun betrokkenheid laat zich niet beperken tot alleen het zon- of windproject. In de praktijk zie je dat weerstand tegen een project, vaak gekoppeld is aan andere ontwikkelingen. Denk bijvoorbeeld aan de komst van een vervuilende industrie, het verdwijnen van gemeentelijke voorzieningen, en de verbreding van een weg. Methodes zoals de mutual gains benadering kunnen dan ingezet worden om te komen tot gedragen oplossingen.

Conclusie

Burgerpanels kunnen een bruikbaar middel zijn om betrokkenheid van burgers bij het klimaatbeleid te versterken. Mits het als aanvullend middel wordt gebruikt en ingebed wordt in het politieke proces. Een goede omgevingsanalyse met inzicht in de verschillende, vaak conflicterende, belangen is essentieel om het burgerpanel in samenhang met andere participatievormen en het democratisch proces goed in te richten.

Draagvlak voor beleid

De val van het kabinet: een streep door projecten?

Vandaag viel het kabinet-Rutte III. Waar er normaal bitter politiek conflict aan vooraf gaat, is het overleg over het aftreden van het kabinet ‘in goede harmonie en gezamenlijk’ verlopen. Uniek in de parlementaire geschiedenis. Wat niet uniek is, is dat de val van een kabinet ervoor kan zorgen dat projecten in de ruimtelijke ordening niet doorgaan. Denk bijvoorbeeld aan CO2-opslag. Hoe kan dat? En staat ons dat deze keer ook te wachten?

De impact van een kabinetsval

Na de val van een kabinet stelt de Kamer een lijst op van controversiële onderwerpen. Deze onderwerpen mag het demissionaire kabinet niet behandelen. Besluitvorming wordt uitgesteld tot na de verkiezingen. Bij onderwerpen die een coalitie verdelen, zorgt het controversieel verklaren ervoor dat een demissionair kabinet geen doorbraken meer kan forceren. Normaliter vindt er dan ook een heel politiek spel plaats rondom het controversieel verklaren van onderwerpen.

Ook ruimtelijke projecten kunnen (indirect) controversieel verklaard worden. Een bekend voorbeeld is CO2-opslag onder Barendrecht. Jarenlang was er al maatschappelijk verzet tegen dit project. Nadat het kabinet-Balkenende IV in 2010 viel over Uruzgan, werd het dossier CO2-opslag controversieel verklaard. Na de verkiezingen veranderde het politieke krachtenveld zodanig dat er een meerderheid tegen CO2-opslag ontstond.

In het regeerakkoord van Rutte I werd vervolgens opgenomen dat ondergrondse CO2-opslag alleen mocht “met inachtneming van lokaal draagvlak”. Kort daarna besloot de regering te stoppen met ondergrondse opslag in Barendrecht omdat er geen draagvlak voor was. Einde project. Zelfs nu, 10 jaar later, is CO2-opslag nog steeds een omstreden onderwerp.

Ook deze keer een streep door projecten?

De kans is klein dat er nu projecten in de fysieke leefomgeving controversieel verklaard zullen worden. Eén van de kansmakers zou de openstelling van vliegveld Lelystad kunnen zijn. Al jaren zorgt het vliegveld voor maatschappelijk verzet en ook de coalitie is sterk verdeeld over de kwestie.

Het is onwaarschijnlijk dat de opening van Lelystad Airport nu controversieel verklaard gaat worden. Sinds maart 2020 is het politieke debat en prioriteitenlijstje volledig gedomineerd door de coronacrisis. De controversiële aspecten van het coronabeleid zal de politieke aandacht opeisen. Bovendien is de opening van het vliegveld al uitgesteld tot november 2021, ver na de verkiezingen. Van een doorbraak forceren, is dus al geen sprake meer.

De impact van verkiezingen

De verkiezingen zullen wel het nodige veranderen op ruimtelijke thema’s als wonen, mobiliteit en de energietransitie. Dat blijkt uit onze analyse van de verkiezingsprogramma’s. Zo wordt wonen een heet hangijzer, blijft de energietransitie een hoofdthema met veel aandacht voor lokaal draagvlak, en zal ook het stikstofdebat weer opleven. Over de oplossingsrichting lopen de meningen – uiteraard – flink uiteen.

Opvallend is de eensgezindheid over de noodzaak van meer centrale regie over ruimtelijke ordening. Na een decennium van decentralisering wil een grote meerderheid in de politiek dat er weer een minister komt die beslist over de inrichting van Nederland. Deze roep om meer regie klinkt al langer. Veel projecten van wezenlijk belang verzanden in een patstelling tussen groepen met conflicterende belangen. Denk bijvoorbeeld aan burgers, boeren, gemeenten, milieuorganisaties, bedrijven en projectontwikkelaars. Een recent voorbeeld is datacenters, waar we eerder een blog over schreven. Ook bij datacenters is overheidssturing is nodig om het draagvlak te behouden en landelijke ambities waar te maken.

Wat betekent het voor jou?

Ben je benieuwd welke impact de verkiezingen zullen hebben op jouw thema en welke mogelijkheden tot beïnvloeding er nog zijn? Of werk je aan een controversieel project en ben je benieuwd wat je kan doen om het draagvlak te versterken? Neem dan contact op met Isabelle van Rossum.

Draagvlak voor energietransitie

Wat doet een omgevingsmanager?

Naar aanleiding van de oprichting Dr2 SOM hebben we veel enthousiaste reacties en leuke opdrachten ontvangen. Maar we krijgen soms ook vragen als: wat doet een omgevingsmanager nou precies? We leggen de meest gestelde vragen voor aan onze oprichter en directeur Isabelle van Rossum.

Waarom ben je omgevingsmanager geworden?

Voor mij kwam de beslissing me op dit vakgebied te richten toen ik nog als public affairs adviseur bij Dröge & van Drimmelen werkte. Dit kantoor is vooral gericht op maatschappelijke thema’s als digitalisering en de energietransitie. In ons werk streven we vaak naar ambitieuze beleidsdoelstellingen op deze terreinen. Denk bijvoorbeeld aan het Klimaatakkoord, of de ambitie van Nederland om de digitale koploper van Europa te worden.

Tegelijkertijd begonnen in die periode de gele hesjes-protesten. Er kwam daarbij veel maatschappelijke woede los, over overheidsbeleid en projecten die daaruit volgden. Soms mondde het zelfs uit in gewelddadig protest: we kennen allemaal de beelden van het in brand steken van 5G-masten, of het uitstrooien van asbest bij de locaties van windmolenparken.

Het werd mij duidelijk dat draagvlak essentieel is om maatschappelijke opgaven aan te kunnen. Daar wil ik mij graag voor inzetten. Als omgevingsmanager doe je precies dat: het creëren van draagvlak voor projecten en beleid. Daarom ben ik destijds voor energiebedrijf ENGIE gaan werken om als omgevingsmanager draagvlak te krijgen voor de energietransitie. Ik werkte er met veel plezier aan projecten als waterstof, geothermie, groen gas, windparken en zonneweides.

Waarom heb je Dr2 SOM opgericht, en waarom met Dr2?

Als omgevingsmanager in dienst van een organisatie, zoals ik was bij ENGIE, word je door sommige stakeholders gezien als enkel de belangenbehartiger van die betreffende organisatie. Dat geldt voor zowel overheden als bedrijven. Als externe omgevingsmanager kan je een onafhankelijkere rol innemen. Je treedt als ware op als intermediair tussen de organisatie en de omgeving. Dat komt je geloofwaardigheid en effectiviteit ten goede. Daarnaast worden veel projecten in de leefomgeving ontwikkeld vanuit een consortium, bijvoorbeeld een samenwerking tussen bedrijven en overheden. Een externe omgevingsmanager kan dan namens het consortium optreden, als gedeeld aanspreekpunt voor de omgeving. Die rol past me goed.

Ook zag ik de synergie met de dienstverlening van het Dr2-netwerk. Dröge & van Drimmelen heeft meer dan 20 jaar ervaring op het gebied van public affairs en corporate communicatie. Dat is heel relevant voor omgevingsmanagement. Want ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving staan niet op zichzelf: er bestaat een sterke wisselwerking tussen de politiek, media en maatschappelijk draagvlak. Neem bijvoorbeeld (houtige) biomassa. Eerst vormde het een belangrijk onderdeel vormde van het energiebeleid. Maar binnen korte tijd kwamen er steeds meer negatieve berichten in de media, nam de maatschappelijke weerstand toe, en de politieke steun af. Als gevolg daarvan zijn sommige biomassaprojecten nu zelfs in de koelkast gezet. Door de samenwerking met Dr2 kunnen we op al deze borden tegelijkertijd schaken. Zo kunnen we opdrachtgevers optimaal adviseren en ondersteunen.

Dröge & van Drimmelen heeft ook al een bewezen track record op omgevingsmanagement. Denk bijvoorbeeld aan de begeleiding van de uitbreiding van de A27. Met Dr2 SOM zetten we de volgende stap in de uitbreiding van deze diensten, specifiek gericht op het creëren van draagvlak voor beleid en projecten in de fysieke leefomgeving. Zo is Dr2 SOM geboren. En ik ben heel blij en trots dat ik deze kar mag trekken!

Maar wat versta je eigenlijk onder draagvlak?

Draagvlak is een populaire beleidsterm, maar het is ook een problematisch begrip. Draagvlak wordt vaak gezien als het ‘mee’ krijgen van stakeholders. In de hoop dat er uiteindelijk consensus ontstaat, of dat er sprake is van actieve steun dan wel gebrek aan weerstand. Steeds vaker spreekt men van ‘acceptatie’. Waarschijnlijk om de verwachtingen een beetje te temperen. Maar in de toepassing lijkt acceptatie weinig te verschillen van draagvlak.

Helaas is draagvlak niet iets wat ‘gecreëerd’ wordt aan het begin van een beleidsproces of project. Het is geen stabiel fundament, waarop je vervolgens beleid kan bouwen en projecten kan realiseren. Het is juist constant in beweging, en moet continue opnieuw verdiend moet worden.

Voor mij gaat draagvlak om het goed omgaan met conflicterende belangen. De beschikbare ruimte in Nederland is schaars, en kan maar één keer gebruikt worden. Hierdoor ontstaan al snel conflicterende belangen. Bijvoorbeeld tussen overheden, bedrijven, burgers en maatschappelijke organisaties. Als niet ieders belang serieus wordt meegenomen, ontstaan conflicten. Mensen graven zich in achter hun standpunten, en komen er samen niet meer uit. Dat resulteert geregeld in mislukte projecten, gefaald beleid of wantrouwen en wrok onder bewoners. Dat voorkomen door belangen goed in balans te houden, is wat ik versta onder het creëren van draagvlak.

Wat doet een omgevingsmanager?

Omgevingsmanagers vormen de schakel tussen de organisatie en de omgeving. Ze zijn als het ware de voelsprieten van de organisatie in de samenleving. Zij brengen belangen, issues en ontwikkelingen in kaart en spelen daarop in.

In de praktijk verschilt de rolopvatting- en invulling sterk per organisatie en per project. De TU Delft onderscheid drie typen omgevingsmanagers. Vrij vertaald komt dat neer op de volgende profielen.

  1. Omgevingsmanager als intermediair. De omgevingsmanagers hebben een proactieve houding richting conflict, borgen de lokale belangen, en streven naar win-win oplossingen. Dit komt het dichtst bij de ‘mutual gains approach’: een aanpak die ontwikkeld is door Harvard en gericht is op consensus en het creëren van wederzijdse meerwaarde.
  2. Omgevingsmanager als projectmanager. De hoofdtaak van de omgevingsmanager is soepele projectontwikkeling, ondertussen rekening houdend met omwonenden waarbij je conflicten probeert te voorkomen.
  3. Omgevingsmanager als vergunningenmanager. De omgevingsmanager richt zich uitsluitend op het volgen van wet- en regelgeving. Inspraak van belanghebbenden vindt alleen binnen de formele besluitvorming plaats.

Hoe wij bij Dr2 SOM onze rol invullen, gaat altijd in samenspraak met de opdrachtgever. In de meeste gevallen zit dat tussen 1 en 2 in. Het volgen van de formele procedures is vaak niet meer voldoende om succesvol beleid of projecten uit te kunnen rollen. En met de nieuwe Omgevingswet wordt participatie ook een wettelijke verplichting voor overheden en initiatiefnemers.

Kan een omgevingsmanager conflicten of weerstand voorkomen?

Door een goede strategie kunnen omgevingsmanagers veel onnodige conflicten voorkomen. Dat betekent niet dat iedereen altijd zijn zin krijgt. In sommige situaties zijn er nu eenmaal conflicterende belangen, zeker wanneer het gaat om wezenlijke zaken.

Vaak worden conflicten gezien als iets negatiefs. Conflicten worden uit de weg gegaan door een verlangen om projecten of een beleid zo snel mogelijk te implementeren. Dit werkt vaak averechts, omdat het juist het risico vergroot dat conflicten later escaleren met minder ruimte om nog tot oplossingen te komen. Maar conflict kan heel waardevol zijn. Het is een manier van belanghebbenden om hun betrokkenheid te tonen en hun belangen kenbaar te maken. Het is de kunst om deze conflicten goed te kunnen benutten, en dat is wat een omgevingsmanager doet.

Omgevingsmanagers zorgen er ook voor dat de organisatie niet voor verassingen komt te staan doordat conflicten onverwachts de kop opsteken. Daarmee is stakeholder management ook een belangrijk onderdeel van risicomanagement.

Is participatie dé manier om draagvlak te creëren?

Participatie – het (vroegtijdig) betrekken van stakeholders – wordt vaak gezien als de sleutel tot draagvlak. Participatie wordt maar liefst 80 keer genoemd in het Klimaatakkoord. En de nieuwe Omgevingswet die in 2021 ingaat maakt participatie vanuit die gedachte wettelijk verplicht.

Het betrekken van belanghebbenden is belangrijk, maar het is niet zo dat participatie per definitie leidt tot draagvlak. Participatie werkt soms zelfs averechts. In plaats van het creëren van draagvlak, organiseer je dan in feite je eigen weerstand. Bijvoorbeeld wanneer participatiekanalen alleen door felle tegenstanders worden benut, en de zwijgende meerderheid niet wordt gehoord. Of wanneer er sprake is van schijnparticipatie. Dan lijkt het alsof je mee mag doen en je stem ertoe doet, maar in werkelijkheid besluiten al voorgekookt zijn en plannen al vastliggen. Of wanneer de nadruk vooral ligt op bewoners maar andere stakeholders vergeten worden. Een participatietraject moet daarom altijd onderdeel zijn van een goed doordachte strategie.

Hoe zie je de toekomst van Dr2 SOM?

Heel zonnig! Nederland staat veel ruimtelijke veranderingen te wachten. Naast dat er meer duurzame energie moet worden opgewerkt, moeten er meer woningen worden gebouwd en de digitale en fysieke de infrastructuur worden uitgebreid. En dat is slechts een kleine greep aan ontwikkelingen die ieder om ruimte vragen. Draagvlak bepalend is bepalend voor het slagen of falen van deze ontwikkelingen. Wij hebben de ambitie om op al deze gebieden een bijdrage te leveren. Daar past ook een groeiambitie bij: we verwachten de komende jaren ons team aan omgevingsmanagers sterk uit te breiden.

Draagvlak voor beleid

Het draaiende sentiment rondom datacenters: wat te doen?

Bij beleid en projecten met impact op de fysieke leefomgeving bestaat een sterke wisselwerking tussen lokaal draagvlak en landelijk beleid. Aan de hand van een aantal voorbeelden uit onze dagelijkse praktijk laten we deze wisselwerking zien. En geven we tips mee om ervoor te zorgen dat ze elkaar versterken in plaats van tegenwerken. Deze keer kijken Roeland Coomans en Isabelle van Rossum naar datacenters: hoe zorg je voor draagvlak nu het sentiment draaiende is?

De digitale economie is een van de belangrijkste pijlers voor de internationale concurrentiekracht van Nederland. Nederland wil de ‘dataport van Europa’ worden, en geeft daarom ruim baan aan datacenters. Vanwege de lokale economische impuls en werkgelegenheid, wedijverden gemeenten tot voor kort met elkaar om datacenters naar hun gemeente te halen.

Nu de ruimtelijke impact en de hoeveelheid (groene) stroom die datacenters gebruiken duidelijk worden, begint het sentiment rondom datacenters in sommige regio’s te draaien. Dat begon al in 2019 toen zowel de gemeenten Haarlemmermeer en Amsterdam een tijdelijke stop op datacenters instelden. Afgelopen zomer kwamen zij met nieuw beleid met aanvullende vestigingsvoorwaarden. Dit jaar volgde rumoer rondom de datacenters in de gemeente Hollands Kroon, waar vergelijkbare zorgen opspelen over landschappelijke inpassing, duurzaamheid en het ontbreken van een integraal masterplan over de groei van datacenters.

Van kleine vonk naar steekvlam

Het draaiende sentiment in Noord-Holland betekent niet persé dat elke regio afbrokkelend draagvlak ervaart. Maar zoals we hebben geleerd van andere ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving: een kleine vonk kan snel in een steekvlam veranderen. Denk bijvoorbeeld aan discussies over CO2-opslag en schaliegas: verzet van enkele bewoners uiteindelijk ontaarde in wijziging van landelijk beleid. Een knap staaltje ‘outside lobbying’, waar zelfs de grootste energiebedrijven en de Rijksoverheid niet tegen opgewassen bleken.

Deze voorbeelden leren ons dat landelijke doelstellingen alleen bereikt kunnen worden, als daar ook op lokaal niveau maatschappelijke steun voor is. Hetzelfde geldt voor datacenters. Maar hoe zorg je nou voor dat maatschappelijk draagvlak? Wij geven in ieder geval de volgende twee tips mee:

    1. Zorg voor ‘overheidssturing nieuwe stijl’ voor datacenters
    2. Geef het maatschappelijke debat een plek in besluitvorming

Overheidssturing nieuwe stijl

Datacenters kenmerken zich door een nationaal – of zelfs internationaal – belang met bovenlokale effecten, maar besluiten worden voor een groot deel op lokaal niveau genomen. Het kabinet heeft namelijk gekozen voor een ‘regionaal in te vullen datacenterstrategie’. De gedachte achter dit beleid is dat top-down regie leidt tot weerstand. Daarom kiest het Rijk er nu voor om beslissingen op een zo laag niveau te nemen. Onder het mom: ‘centraal wat moet, lokaal wat kan’. Het idee is daarbij dat lokale overheden hun omgeving beter kennen, en zo kunnen zorgen voor draagvlak – of in ieder geval acceptatie.

Het decentraliseren van besluitvorming voor ruimtelijke opgaven met een nationaal belang is niet uniek. Hetzelfde geldt bijvoorbeeld voor de opwek van duurzame energie. Alleen daarvoor zijn wél besluitvormende processen uitgewerkt: de Regionale Energie Strategieën (RES). Hiervoor werken lagere overheden samen met netbeheerders. Het Rijk werkt actief mee vanuit de nationale belangen en participatie van belanghebbenden is geborgd. Een vergelijkbaar proces is ingesteld voor de industriële clusters. Datacenters raken aan beide opgaven, maar er ontbreekt een dergelijk proces.

Datacenters vallen dus tussen wal en schip, terwijl het juist een voorbeeld is van een complexe opgave waarvoor een dergelijke vorm van ‘overheidssturing nieuwe stijl’ nodig is. Dat blijkt ook uit het voorbeeld van Zeewolde in Flevoland. Volgens het NRC kwam de komst van een hyperscale datacenter als een verrassing voor de netbeheerders. De wethouder van Zeewolde wist juist niet dat de netbeheerders ook al plannen aan het maken waren voor ‘reguliere’ datacentra in de polder, omdat Amsterdam ‘vol’ is. Coördinatie op het vestigingsbeleid van datacenters is nodig om dergelijke verassingen te komen en samenhang met andere opgaven en belangen niet uit het oog te verliezen.

Het maatschappelijke debat in besluitvorming

Bij veranderingen in de fysieke leefomgeving bestaat tevens een sterke wisselwerking tussen formele proces en het maatschappelijk debat. Het formele pad bevat vastgelegde juridische procedures, zoals vergunningenprocedures. Het maatschappelijke debat volgt een meer informeel en ongestructureerd pad, en loopt soms achter op de formele besluitvorming. Als deze paden niet op elkaar aansluiten, kan het leiden tot zogenaamde ‘overflow’. “Het formele kader spoelt dan spreekwoordelijk over omdat de nieuwe zorgen of vragen niet meer in het bestaande kader passen”, aldus de TU Delft.

Als dat gebeurt, vinden deze zorgen vaak hun weg via escalatie in de media of de oprichting van actiegroepen. Dat is recent bijvoorbeeld gebeurd in Hollands Kroon. Daar bestaan zorgen dat aspecten als landschappelijke inpassing en duurzaamheid onvoldoende in het bestaande kader – de Omgevingsvisie uit 2016 – geborgd zijn. Met de oprichting van de actiegroepen en (landelijke) media-aandacht als gevolg.

Overheden en bedrijven doen er daarom goed aan om naast het doorlopen van formele procedures, vroegtijdig met de omgeving in gesprek te gaan én te blijven. Zo kunnen zij zorgen voor een gedegen kennisniveau. En kunnen zij belangen, zorgen en wensen tijdig signaleren en een plek geven in besluitvorming. Nu is het vooral maatschappelijke druk die hen daartoe dwingt, maar vanaf 2022 wordt het onder de nieuwe Omgevingswet in Nederland zelfs verplicht dat zij de omgeving laten participeren. Daarbij is samenwerking tussen overheden en de initiatiefnemer essentieel. Beide hebben immers hun verantwoordelijkheid en rol in het betrekken van belanghebbenden. Het opstellen van een gezamenlijke strategie en een onafhankelijke procesmanager dragen daaraan bij.

Schakelen op meerdere niveaus

Regie op de besluitvormende processen waarbij het maatschappelijk debat een plek krijgt, is noodzakelijk om te komen tot gedragen besluiten waarin ieders belangen zijn meegenomen. Vanuit het begrip voor de diverse en soms conflicterende belangen kan gewerkt worden aan oplossingen. Alleen dan kan Nederland haar positie als koploper in de digitale economie met steun van de samenleving verwezenlijken.

Roeland Coomans is directeur bij het public affairs kantoor Dröge & van Drimmelen en is gespecialiseerd in tech.

Isabelle van Rossum is directeur bij Dr2 Strategisch Omgevingsmanagement en is gespecialiseerd in het creëren van maatschappelijk draagvlak.

Meer weten? Neem contact op met Isabelle van Rossum.